Hoogleraar Nedersakisch Martijn Wieling: 'Taal zegt zoveel over iemand, dat vind ik fascinerend'

donderdag, 2 april 2026 (09:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Martijn Wieling, hoogleraar Nedersaksische/Groningse taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen en opgegroeid in Klazienaveen, leidt het project praoten.nl. Het platform verzamelt door sprekers ingesproken zinnen in Nedersaksische dialecten (zoals Drents, Gronings en Twents) om honderden duizenden voorbeeldzinnen bijeen te brengen voor de ontwikkeling van spraaktechnologie. Die technologie moet onder meer scholen en de zorg helpen: als docenten of zorgverleners het dialect niet beheersen kan een app zinnen vertalen en laten horen in de streektaal.

Wieling hekelt dat eerdere generaties vaak werden weggedrongen van hun moedertaal doordat scholen en de maatschappij Nederlands promootten; hij noemt dat “een schande”. Met praoten.nl wil hij niet alleen data verzamelen maar ook het gebruik van Drents en Gronings stimuleren. Voor een goede techniek zijn veel verschillende stemmen en regionale varianten nodig; in de eerste week kwamen al zo’n 25.000 ingesproken zinnen binnen.

Persoonlijk combineert Wielings achtergrond in informatica en zijn interesse in taal — onder meer dialectometrie, het computergestuurd meten van dialectverschillen — in dit onderzoek. Hij woont met zijn vrouw en twee kinderen bij Harkstede en ziet het project ook als poging iets te herstellen van wat verloren is gegaan. Jongeren tonen volgens hem interesse in streektaal, maar die interesse moet worden aangemoedigd. Tegelijk waarschuwt hij dat ervaren sprekers ruimte moeten geven aan taalverandering: als jonge gebruikers worden afgewezen wanneer ze andere woorden of vormen gebruiken, ondermijnt dat de levenskracht van het dialect.

Het initiatief werkt samen met onder meer het Huus van de Taol en publiceert voorbeelden in rubrieken als Hier kom ik weg, waarbij gesproken bijdragen in de eigen regionale variant worden weergegeven. Praoten.nl richt zich zo op zowel behoud als praktische inzet van Nedersaksische talen via moderne spraaktechnologie.