Militairen lopen 30 jaar na 'Srebrenica' weer door Bosnië. Nattanja uit Hoogeveen: 'Je kunt je niet voorstellen dat hier hard is geknokt'
In dit artikel:
Voor het eerst sinds de val van Srebrenica in 1995 lopen opnieuw militairen van de luchtmobiele brigade uit Assen op patrouille in Bosnië en Herzegovina. De Charliecompagnie van het 13e bataljon – met soldaten uit onder meer Hoogkerk, Hoogeveen, Nijbeets en Schiermonnikoog – is gestationeerd op Kamp Butmir bij Sarajevo en opereert binnen de EUFOR/Althea-missie. Hun hoofdtaak is paraat zijn bij ongeregeldheden, maar in de praktijk voeren ze vooral sociale patrouilles om gevoel en spanningen in de samenleving te peilen: de “thermometer in de samenleving”, zoals een sergeant noemt.
Een beschreven dagtocht voert een klein peloton met drie Amarok-voertuigen en negen militairen ruim 250 km naar Glamoc, een dorp vlakbij Kroatië. De rit van geplande 3,5 uur duurt uiteindelijk vijf uur over smalle, onverharde wegen. Het landschap wisselt van ruige bergen naar verzorgde natuurgebieden in het Kroatisch georiënteerde deel, waar investeringen en bouwactiviteiten zichtbaar zijn. In Glamoc zelf treffen de militairen echter verloederde woningen en een zwaar beschadigd ziekenhuis, nog altijd niet hersteld sinds de oorlog. Lokale zorgmedewerkers spreken over verdwenen herstelgelden en wijdverspreide corruptie, wat het vertrouwen van de bevolking in politiek en bestuur ondermijnt.
De patrouilles zijn bewust laagdrempelig: militairen lopen vaak zonder helm en alleen met een pistool, om gemakkelijker contact te leggen. Ze praten met ouderen die oorlogsverhalen vertellen, met jongeren die werk zoeken of weg willen trekken, en met cafébezoekers. Taalbarrières worden soms opgelost met een Bosnisch woordenboekje of via tolken; niet zelden lopen gesprekken uit in warme gastvrijheid of keren ze in kortere, soms vijandige ontmoetingen (een voorbijganger die uitroept “It’s my country. Fuck you.”).
De gesprekken tonen twee belangrijke problemen: blijvende etnische spanningen tussen Bosniakken, Kroaten en Serviërs, en algemene maatschappelijke zwakte door corruptie, slechte dienstverlening en weinig economische vooruitzichten. Voor veel jongeren is studeren of werken in Kroatië aantrekkelijker; enkelen melden dat ze niet van plan zijn terug te keren. Lokale claims — zoals een verhaal van een inwoner over vernietiging van oude Amerikaanse wapens en gezondheidsklachten — worden genoteerd door militairen als relevante informatie, maar zijn in het veld moeilijk te verifiëren.
De missie vindt plaats tegen een gevoelig historisch decor: de val van Srebrenica en de rol van Dutchbat uit Assen blijven zwaar beladen voor zowel nabestaanden als veteranen. Daarom blijft Srebrenica een taboegebied; geplande oefeningen rond eind juni werden verplaatst omdat ze te dicht op 11 juli zouden vallen, de datum van de herdenking van de genocide. Politieke spanningen op hoger niveau spelen ook: de uitvoering van de Dayton-akkoorden is fragiel, de functie van de Hoge Vertegenwoordiger werd recent beëindigd en de Republiek Srpska zoekt vaker meer autonomie, met buitenlandse invloedssignalen die zorgen baren.
Kamp Butmir huisvest circa 1.600 militairen uit 24 landen; Italië voert momenteel het commando, met Turkije en Roemenië als grote bijdragers. Nederland levert ruim 160 militairen, grotendeels afkomstig van de beschreven luchtmobiele eenheid. Hun werk bestaat uit observeren, rapporteren en het onderhouden van contact met bewoners om escalatie te voorkomen — een taak die meer op diplomatie en verkenning lijkt dan op directe militaire actie, maar die door de gevoeligheid van het verleden en de broze politieke situatie in Bosnië van groot belang blijft.