Speeltuintje | Column Henk Folkerts
In dit artikel:
In het centrum van de stad wordt de wijk de afgelopen jaren steeds voller door nieuwe appartementen en woningen, en dat vindt de schrijver op zichzelf geen probleem. Als stedeling waardeert hij juist de levendigheid, de winkels om de hoek en de nabijheid van groen, zolang de omgeving maar leefbaar blijft volgens de zogenoemde 3-30-300-regel: zicht op drie bomen, voldoende boomkroonbedekking en een park op loopafstand.
De kritiek richt zich op een plan voor de Monetpassage, waar naast extra bomen, gras en bankjes ook een speeltuin moet komen op een klein grasveld bij een lunchcafé. Volgens de schrijver past dat nauwelijks bij de huidige bewonerssamenstelling, omdat er in de omliggende appartementen naar verwachting vrijwel geen jonge kinderen wonen. De gemeente zegt dat de speeltuin nodig is voor winkelende ouders en kinderen van kinderopvang Kwebbel, maar de auteur zet daar vraagtekens bij en vermoedt dat vooral het café profiteert van extra bezoekers die langer blijven zitten.
Tegelijk neemt de schrijver afstand van het beeld dat centrumbewoners vooral ouderen zouden zijn die vernieuwing tegenhouden. Hij pleit juist voor meer jonge gezinnen in de binnenstad, omdat een speeltuin daar dan wel logisch zou zijn. De kern van het betoog is dat betrokken buurtbewoners geen hinderpaal zijn, maar juist bijdragen aan een leefbare stad.
De Oranjezomer: Rutger Castricum confronteerde pedofiel: 'Mijn bloed kookte!'