Terug naar de bitterkoude rand van de aarde: Ike Visser uit Frederiksoord vloog 25 jaar geleden met zijn luchtballon over de Noordpool. 'Krankzinnig idee'
In dit artikel:
In april 2001 vertrok Ike Visser — een boomlange ballonvaarder uit Frederiksoord en oprichter van IkeAir — op een uitzonderlijke expeditie: als eerste en tot nu toe enige Nederlander voer hij met een heteluchtballon over de Noordpool. Het avontuur begon met een onverwachte mail van een onbekende Amerikaan eind 2000; binnen een half jaar had Visser sponsoren geregeld, een oude ballon gekocht (PH‑RWB uit 1983) en zich bij een bonte groep internationale avonturiers gemeld in Moskou.
De logistiek bleek chaotisch. De deelnemers werden in een hotel bij het Rode Plein samengepropt, waarna ze midden in de nacht per bus naar een slecht verlicht militair vliegveld werden gebracht. In een oud transportvliegtuig, volgestouwd met bagage, gasflessen en olievaten, ging de groep in het pikkedonker de lucht in. Onderweg circuleerde een glazen kalasjnikov vol wodka; stoelen waren schaars en de sfeer afwisselend sardonisch en gespannen.
Op de Noordpool wachtte extreme kou — temperaturen rond de −35 °C — en een landschap waarvan de kompasnaalden alleen maar rondjes lijken te draaien: iedere stap is richting het zuiden. De eerste nachten leken levensgevaarlijk: tenten zonder voldoende verwarming, Amerikanen die werden getroffen door koolmonoxidevergiftiging en slechts door reanimatie ternauwernood werden gered. Tegelijkertijd legde de witte, ruige wildernis een diepe indruk op Visser: het landschap was adembenemend en tegelijk ontzagwekkend kleinmakend.
Vliegen met een ballon onder zulke omstandigheden vergt improvisatie. De extreme kou liet gasflessen druk verliezen, waardoor de ballon zich niet goed kon vullen. Visser loste het op met een eenvoudige, bizarre noodmaatregel: hij legde een stalen gasfles in zijn slaapzak zodat zijn lichaamswarmte de fles op temperatuur hield. Toen de ballon uiteindelijk overeind kwam, veroorzaakte een windvlaag nog bijna een ramp — de mand sloeg tegen een uitstekende ijsschots en Visser greep ternauwernood het randje vast — maar daarna steeg het toestel echt los. Hij maakte twee vluchten van in totaal ongeveer twee uur, boven een “maanlandschap” van ijs met metersbrede kraters. Terug in het kamp stak hij een sigaar aan en plantte, zoals afgesproken met sponsoren, een aantal vlaggen in het pakijs.
De expeditie heeft Visser diep gevormd: het leverde hem zelfvertrouwen en een hetze in zijn verdere carrière als ballonvaarder. Hij noemt het een levensles in het gewoon “ja” zeggen tegen kansen. Het verhaal van de vlucht — compleet met foto’s die jaren in een envelop in zijn kast zaten — blijft voor hem onvervreemdbaar.
Als antwoord op de vraag of hij het opnieuw zou doen: ja, maar anders. Hij zou niet meer samenwerken met dezelfde Russische organisatie en zou via Longyearbyen op Spitsbergen reizen. Hij staat positief tegenover een nieuwe tocht gekoppeld aan een documentaire over smeltend poolijs en de bedreigde ijsbeer, en zou dan liever met zijn speciale ballon The Head vliegen. De expeditie van 2001 blijft een mengeling van gevaar, improvisatie en betovering — een unieke ervaring die Visser zijn loopbaan en kijk op avontuur heeft veranderd.